Christine Klosse: Echt babyvoedsel…

 

‘Vanaf nu mag je langzaam beginnen met het introduceren van vast voedsel; een stukje brood of een hapje rijst,’ vertelt de verpleegkundige op het consultatiebureau. Ik kijk naar mijn tien maanden oude zoon en bedenk dat het maar goed is dat ik de koekkruimels van zijn gezicht heb gepoetst voor ik naar dit spreekuur kwam.
Nee, ik ga de discussie al heel lang niet meer aan.
Toen mijn oudste zoon negen jaar geleden een baby van vier maanden was, werd mij verteld dat ik kon beginnen met ‘potjes’. Potjes met gemalen worteltjes en kip, rundvlees met bonen of broccoli met kaas. Deze potjes waren veel gezonder dan gewoon zelf-geprakt voedsel want er werden vitamines en mineralen aan toegevoegd die de baby nodig heeft om een sterk immuunsysteem op te kunnen bouwen. Daarnaast is de structuur van het voedsel in de potjes extreem zacht gemaakt. Zelf prakken werd ten strengste afgeraden aangezien je de baby dan blootstelt aan ‘vreemde’ structuren.
Dit laatste kwam op mij heel vreemd over. Want hoe kan een baby ooit ‘normaal’ leren eten, als het enige dat hij maandenlang kent zacht potjesvoedsel is? Dit krijgt hij later in zijn leven toch ook niet? Waarom zou ik hem al die structuren onthouden? Wat is daar mis mee?
Ik kon geen enkel bewijs vinden dat het slecht zou zijn om mijn zoon te laten wennen aan verschillende soorten voedsel: verschillende smaken, maar ook verschillende structuren. Kortom, hij at met de pot mee. Van brood tot rijst, van tomatensaus tot guacamole, van rundvlees tot kip, van zalm tot oester. Natuurlijk vond hij niet iedere eerste hap van een nieuw product even lekker. Sterker nog, in eerste instantie pruttelt een baby zo’ n hapje er met net zo’ n vaart uit, als dat het erin ging. Maar na een tweede of een derde keer proberen zie je dat hij went aan de smaak en het gevoel in zijn mondje. Iedereen moet wennen aan een nieuwe smaak of een nieuwe structuur in zijn of haar mond.
Structuur van voedsel bepaalt hoe het in de mond voelt. Een product zoals honing voelt heel zacht en ontspannend aan. Terwijl bijvoorbeeld chips veel harder en ‘strakker’ aanvoelen. Een baby ervaart deze gevoelens in zijn mond ook en het is belangrijk hem zo vroeg mogelijk hieraan te laten wennen.
Er zijn tegenwoordig veel kinderen die een heel specifiek smaken- en structurenpatroon gewend zijn. Veel producten lusten ze niet; soms omdat de smaak ze onbekend is, maar vaak ook omdat ze de structuur en het gevoel dat het ze geeft in de mond, niet gewend zijn. Witte vis vinden ze niet lekker, maar ‘een visstickie’ gaat er wel in. En geef je ze de keuze tussen Mc Donalds en een echte entrecote, dan gaan ze zonder twijfel meteen op zoek naar een grote ‘M’. Kinderen zijn gewend geraakt aan ‘gemaakte’ producten en ze geven er de voorkeur aan omdat het ze doet herinneren aan vroeger. Gemaakte smaken met gemaakte structuren uit gemaakte potjes.
Bij mijn zoon is dit niet zo. Zijn lievelingseten is garnalen en oesters en geef je hem de keuze om naar een tapasrestaurant of Mc Donalds te gaan, gaat hij gezellig genieten van tapas. Sommigen vinden het vreemd of denken dat het met genetische aanleg te maken heeft.
Ik ben er van overtuigd dat iedereen zijn kind zou moeten grootbrengen met voedsel zoals het bedoeld is, zodat kinderen de kans krijgen te wennen aan hoe écht eten smaakt en hoe het voelt in hun mondje.
Toen mijn dochter vijf jaar na mijn zoon geboren werd, bleek de regelgeving over het geven van vast voedsel nog verder opgeschroefd. Pas met zes maanden mocht zij haar eerste potje en drie maanden later haar eerste granenhapje. Dat is nog steeds zo.
Zonde. Laat baby’s toch genieten van eten zoals wij dat doen. Van al die heerlijke smaken. Van al die leuke, glibberige, strakke, fijne, zachte, harde, korrelige structuren en hoe dat allemaal voelt in hun mondje. Waarom zou je ze die ervaring afnemen?
Geniet samen met hen van écht voedsel en je plukt er jaren later nog de vruchten van.