Fleur Koopman – ‘Aardappel Andes’

 

De aardappel: mijn vader is er dol op, hij zweert erbij. Het liefst eet hij ze iedere dag, want zonder de pieper heeft het leven voor hem nauwelijks zin en dat heb ik als zijn dagelijkse tafelgenoot geweten ook. Het voedsel kwam nog net mijn oren niet uit met aardappelnachtmerries als gevolg.

Zijn woeste aardappeldrang heeft mij een fobie bezorgd waar zelfs de beste psycholoog me niet vanaf kan helpen. Aan al het aardappelleed kwam een einde toen ik rond mijn vijftiende levensjaar godzijdank zelf het kooklicht zag. Er was ook nog zoiets als rijst en pasta.  Een culinaire wereld ging voor me open.

 

Aardappeltherapie

De fobie is nog altijd niet verdwenen. In een restaurant schuif ik aardappeltjes zonder pardon aan de kant en in de snackbar laat ik de patatjes in hun eigen vet gaarkoken. Misschien is het zoeken naar een aardappeltherapeut het overwegen waard.

Mijn vader heb ik niet van zijn aardappelverslaving af kunnen helpen. Pasta, rijst en andere ‘exotische’ producten worden alleen gegeten als ze door zijn bloedeigen dochter zijn klaargemaakt. “Best lekker hoor, maar geef mij maar Hollandse pot”, bromt hij vertederend, waarna hij de koelkast opentrekt en het potje ‘Aardappel Anders’ met verliefde ogen aankijkt. Maar hoe Hollands is de aardappel die we dagelijks koken, bakken en frituren eigenlijk?

 

Columbiaanse Uitwisseling

Om daar antwoord op te krijgen gaan we terug naar 1492 en ontmoeten we de Genuaanse admiraal Christoffel  Columbus; een forse, lange man, met lichte ogen en een haviksneus. Volgens zijn buitenechtelijke zoon Hernan was hij een levendige, humeurige en wispelturige man. Vloeken deed hij echter niet of nauwelijks, hij was buitengewoon gelovig. Columbus droop van de ambitie. De admiraal wilde via de Atlantische oceaan Azië en later China bereiken om textiel, porselein, specerijen en juwelen te bemachtigen voor de Europese aristocraten. Bovendien zag hij het als zijn taak het christendom te verspreiden.

Na enig aandringen bij de Spaanse koning en koningin – de reis was gigantisch duur -, kreeg Columbus in 1492 groen licht voor de expeditie. Hij ontdekte het Caribische eiland Hispaniola, wat we nu de Dominicaanse Republiek noemen. Daar stichtte hij in 1494 La Isabella in de veronderstelling dat hij de route naar Azië gevonden had. In werkelijkheid vond hij een nieuwe wereld: Amerika. Azië en China heeft hij nooit gehaald. De admiraal zou vast een moord hebben gedaan voor een Tomtom aan boord. In 1506 stierf hij, ervan overtuigd Azië te hebben bereikt.

Columbus heeft zich waarschijnlijk nooit gerealiseerd hoeveel het ontdekken van Amerika de mensheid en de wereld veranderd heeft. Het betekende de start van de handel in goederen, producten en mensen tussen Amerika, Afrika, Azië en Europa. Een proces dat de historicus Alfred Crosby aanduidde als de Columbiaanse Uitwisseling. De ontdekking van Amerika heeft wereldwijd economische, maar  ook ecologische gevolgen gehad. De werelddelen wisselden via schepen bewust en onbewust  bekende en onbekende planten, dieren en virussen uit.

 

Hollandse kost?

Door de uitwisseling lijkt de tomaat Italiaans, de sinaasappel Amerikaans, de peper Thais en de aardappel Nederlands. De door mijn vader zo geliefkoosde pieper blijkt echter zo Nederlands als een Chinese loempia. De pieper komt oorspronkelijk namelijk uit de Andes. Op het eerste gezicht niet de meest ideale plek om de aardappel te verbouwen door de hoge bergen en het wisselvallige klimaat. In de Nederlandse supermarktschappen vinden we vooral de Solanum tuberosum aardappel. Jammer, want de telers uit het Andesgebergte ontwikkelden en ontwikkelen ook andere aardappelsoorten waar wij het bestaan niet van kennen.

Bewoners van de Andes leefden van knol- en wortelgewassen en dan voornamelijk van de aardappel. Dat zagen de Spanjaarden die in 1532 de Inca’s kwamen lastigvallen ook en zij waren niet te beroerd het kunstje af te kijken. Spaanse boeren teelden in Zuid-Amerika de aardappel binnen dertig jaar driftig door. Op het vasteland van Europa werd hij echter niet meteen met luid gejuich en een aardappeloptocht ontvangen. Op de pieperplant zitten giftige stengels en bessen, die je niet gebruikt, daar waren ze snel achter, en de knollen zag men als voer voor varkens of arme mensen. Pas in de 18e eeuw werd de aardappel op waarde geschat. De knol bood uitkomst bij de vele hongersnoden die heersten. De Nederlandse aardappeltelers boeren goed met de pieper. Ons land is een van de grootste aardappelexporteurs ter wereld.

 

Piepercredits

De introductie van de Solanum tuberosum is volgens een groot aantal geleerden een doorbraak in de geschiedenis. Volgens hen heeft de aardappelconsumptie de opkomst van het westen gekenmerkt. De historicus William McNeill stelde zelfs dat de aardappel het begin van een koloniaal tijdperk inluidde. “Dankzij de aardappel kon een handvol Europese landen tussen 1750 en 1950 het grootste deel van de rest van de wereld overheersen”, zo stelt hij.

Hoe kan ik nu niet van een van de belangrijkste voedselgewassen ter wereld houden? Omdat ik er vroeger zo’n overdosis van heb gehad? Omdat de Spanjaarden de Inca’s niet netjes gevraagd hebben of ze hun aardappelrijkdom wilden delen, maar ze het gewoonweg al moordend hebben gejat? Omdat we mede door de aardappel de wereld nog meer hebben overheerst en onderdrukt? Een wat kromme gedachte. Er zijn zoveel producten die wij Europeanen ons zomaar hebben toegeëigend. Als we bij ieder product gaan achterhalen of het wel zo eerlijk verkregen is, houden we er dadelijk een collectieve depressie aan over en dat is nu ook weer niet de bedoeling. De opgedane informatie helpt me echter niet van mijn aardappelfobie af.

Wel pleit ik ervoor dat er op ieder aardappelproduct de volgende tekst staat: “dit product wordt  mede mogelijk gemaakt door de Andesbevolking” en als het even kan stuur ik de producenten van het goedje Aardappel Anders met het vliegtuig naar Chili. Kunnen ze kijken hoe ze daar ‘Aardappel Andes’ maken.

 

Fleur Koopman, www.dktv.nl/fleurkoopman