Frits Dunnink – Een knol verovert de wereld

 

Over de ‘historisch-revolutionaire’ rol van de aardappel

 

 

Licht glooiende akkers, voren van pas geploegde vette klei, dat was het landschap dat me omringde op die nazomermiddag waarop ik westwaarts fietste. Het miezerregende en het vocht uit de lucht liet de grond glimmen. Wat het idee alleen maar versterkte dat ik door een golvende zee trok, in plaats van door vruchtbaar Oost-Gronings akkerland. De velden gerooid, een vingerwijzing wat de boeren hier naar grote waarschijnlijkheid uit de grond hadden gehaald gezien het jaargetijde: aardappelen.

 

Verweven

Is er een gewas dat hechter verweven is met de akkers van de Lage Landen? Het lijkt zo oud en vanzelfsprekend als al die bakstenen steden en dorpen die je overal langs de kusten van de Noordzee vindt. En toch…

Zijn oorsprong vindt hij ver voorbij de horizon en zelfs voorbij de evenaar. Daar waar de lucht ijl is en de bodem karig, daar liggen de wortels van de plant die als geen ander zijn stempel drukte op het eetpatroon over de hele Westerse Wereld. In Zuid-Amerika, op de flanken van de Andes, waar Peru en Chili inmiddels ruziën over de vraag in wiens territorium de bakermat van de aardappel eigenlijk ligt.

 

Veroveringstocht

Als er een historische gebeurtenis is geweest die de wereld af z’n kop zette, is het de ontdekking van Amerika wel. Voor de oorspronkelijke bevolking meer vloek dan zegen, werd hun wereld voor altijd veranderd door het wiel, het paard en dodelijke ziekten die de indringers uit Europa er importeerden. Maar vanuit de Nieuwe Wereld beginnen een paar plantensoorten aan een mondiale veroveringstocht, waaronder de onvolprezen pieper.

De eerste aardappels worden rond 1560 meegenomen naar Europa. In hun herkomstgebied zijn ze al eeuwen lang belangrijk volksvoedsel. Bepalend voor hun succes zijn onder meer dat ze ook onder moeilijke omstandigheden te verbouwen zijn, en hun voedingswaarde. Ze bereiken eerst de Canarische Eilanden, waar ze ook moeten zijn geteeld. Gedocumenteerd is dat in het jaar 1567 vanuit Las Palmas een vat met aardappelen verscheept is naar Antwerpen.

 

Rariteit

Spaanse ontdekkingsreizigers waren op de hoogte van de rol die de aardappel als voedingsmiddel speelden in zijn afstammingsgebied. Maar in het Avondland vinden ze aanvankelijk als zodanig weinig waardering. Behalve dan als voedsel voor zeelieden. De Engelse ontdekker Thomas Cavendish stelt in 1587 vast dat aardappelen het belangrijkste voedsel zijn voor zeelui bij de Spaanse vloot. Voor het overige verdient de plant aandacht als botanische rariteit. Aan het einde van de 16e eeuw komt de aardappel om die reden in de botanische tuin van de Leidse universiteit terecht. In de hogere kringen is de aardappel populair vanwege zijn kleurrijke bloemen.

Er gaan een aantal generaties overheen voordat in Europa de waarde van de aardappel wordt herkend als voedingsmiddel. Daarbij zal ook een rol hebben gespeeld dat de aardappelrassen die vanuit Zuid-Amerika onze kant op kwamen, hier nog niet goed gedijden. Dat heeft te maken met de lengte van de dagen en vooral de nachten, die in onze contreien anders is dan waar de aardappel vandaan komt.

 

Ideaal voedsel

Het is in Ierland dat de aardappel in het eetpatroon van de mensen voor het eerst een rol begint te spelen: vanaf het begin van de 17e eeuw. Aardappels poten en rooien kan zonder gereedschap, wild en grazend vee brengen aan het gewas geen schade toe. Voor het verbouwen van aardappelen heb je niet per se vruchtbare grond nodig. Bovendien kunnen ze redelijk goed tegen regenachtig weer en hebben ze een hogere opbrengst per hectare dan graan. Je kunt aardappels eten zonder ze eerst te moeten bewerken. Dit in tegenstelling tot graan, dat je moet dorsen en malen wil het eetbaar worden. En je kunt aardappelen bereiden met behulp van hetzelfde vuurtje als waar je je aan warmt. Deze factoren maken de aardappel het ideale voedsel voor mensen met weinig middelen.

In de rest van Europa verloopt de opmars van de aardappel stapje voor stapje. De kerk en godsdienst spelen daarbij een even belangrijke als dubbelhartige rol. Monniken brengen de aardappel van Zuid-Spanje naar Noord-Italië: in deze gebieden ontwikkelt zich de eerste (kleinschalige) teelt op het Europese continent. In 1621 laat in wat nu Oostenrijk is, een abt een kookboek uitgeven met recepten voor aardappelgerechten. Tegelijkertijd verkettert de kerk ook de aardappel: groeiend onder de grond zouden de knollen voedsel van de duivel zijn.

 

Ingeburgerd

Religieus vervolgden brengen de aardappel in de tijd van de contrareformatie (halverwege de 17e eeuw) vanuit het Italiaanse Alpenland naar het noorden, in het gebied aan weerskanten van de Rijn ter hoogte van Straatsburg. Afstammelingen van deze vluchtelingen zouden de aardappel aan het einde van de 17e eeuw naar Groningen en Drenthe hebben gebracht. In Noord-Nederland wordt de aardappel begin 18e eeuw door de boeren als voedsel erkend en raakt hij langzaam maar zeker meer ingeburgerd.

De aardappel als volksvoedsel beleeft zijn doorbraak in de tijd van de Verlichting. Dat zal er mee te maken hebben dat pas vanaf die tijd vorsten zich bezig gaan houden met het welzijn van hun onderdanen vanuit een politiek, militair en economisch belang. Koning Frederik de Grote van Pruisen vaardigt zelfs een expliciet “Kartoffelbefehl” uit: staatsdienaren in alle uithoeken van zijn territorium wordt opgedragen erop toe te zien dat de bevolking aardappelen produceert. De geschiedenis leeft voort, want tot op de dag van vandaag worden op ‘s konings grafsteen in Potsdam aardappelen neergelegd. In Pruisische krijgsgevangenschap maakt een zekere Antoine-Auguste Parmentier kennis met de aardappel. Hij zal in zijn vaderland Frankrijk de geschiedenis ingaan als onvermoeibare promotor van de aardappel.

 

Revolutionaire rol

Vanwege zijn voedingswaarde en de geringe kosten ontwikkelt de pieper zich in de loop van de 19e eeuw tot een van de motoren van de industriële revolutie. Dankzij de voedzame aardappel groeit de plattelandsbevolking, wat arbeidskrachten oplevert voor de fabrieken in de steden. Om die reden dicht Friedrich Engels, filosoof en mede-grondlegger van het Marxisme, de aardappel een “historisch-revolutionaire rol” toe.

De Europese mogendheden nemen aardappelen mee als ze gebieden in Noord-Amerika, Afrika en Azië koloniseren. Zo verwerven ze een plek in de inheemse keuken van bijvoorbeeld India en (in bescheidener mate) Indonesië. Aan het begin van de 21ste eeuw is de aardappel na rijst, tarwe en mais ‘s werelds belangrijkste voedselgewas. Op alle continenten (behalve Antarctica) strekt Solanum tuberosum ondergronds zijn stengels uit waar zijn knollen aan groeien. Overal waar er voldoende zon schijnt en wind waait. Zoals op de uitgestrekte akkers van Oost-Groningen.

 

 

Frits Dunnink, tekstschrijver, linkedin-pagina