Sophie F. Verbiesen – Hoe de aardappel ons van de crisis redt

 

Ja hoor, ik weet ook wel dat er vorige week werd geroepen dat de recessie voorbij is. Merkt u het? Hebt u al een baan gevonden? Of is het huis ineens na drie jaar in de verkoop toch verkocht? En is Sinterklaas dit jaar net zo gul als anders? Precies! Echter, u heeft geluk. Ik heb dé bespaartip gevonden, die uw uitgaven met al gauw met 140 euro in de week doet dalen. U hoeft namelijk nog maar amper boodschappen te doen! Vergeet die schijf van vijf, vergeet variatie! We kunnen gewoon met aardappelen en melk toe. En dan kan Sinterklaas weer gul zijn dit jaar, toch?

 

Het culinair journaille heeft iets, wat ik – als beginnend kok – waarschijnlijk nooit zal bezitten: stelligheid. Ik verslind hun teksten en recepten in de hoop zekerder te worden op het gebied van koken. En, in het geval van Sylvia Witteman, ook voor opvoedingstechnieken. Waar ik uit onzekerheid het duurste en het meest verantwoordelijke speelgoed aanschaf, trekt zij een lege chipszak binnenstebuiten. De baby kan zich voeden met de kruimels en spelen met de zak. En daar begint het al: zout! Ai ai ai! Veel culinair journalisten laken zout als vergif voor het jonge kroost. Terwijl de kinderdiëtiste een beroerte krijgt als ik toegeef bouillonblokjes te gebruiken bij mijn verder verse groentesoep, roept Onno Kleyn in zijn boek Kleyns Basics dat hij van mening is dat ‘veel mensen te weinig zout gebruiken’ bij het bereiden van vers voedsel. Ik geef hem daarin gelijk. Neem nu de aardappel. Als er, naar mijn smaak, een product is dat zout behoeft, is het wel de pieper. En ha!, dat weet ik dan tenminste. Voor de rest laat mijn culinaire kennis ernstig te wensen over; vraag mij naar dat soort zaken en ik ben helemaal nergens. Zo moet het die arme Cristóbal Colón, oftwel Columbus, ook zijn vergaan. Hij dacht zeker te weten dat de omtrek van de aarde 32.600 kilometer was – minstens 8000 kilometer kleiner dan hij in feite is – waardoor de route van West-Europa naar Oost-China ineens ook minder werd. Europese aristocraten smachtten naar Aziatisch textiel, porselein, specerijen en juwelen, maar de route naar Azië werd tenslotte vrijwel geheel geblokkeerd door de islamitische landen ertussenin (plus hun handelspartners Venetië en Genua). De Portugezen zochten hun heil helemaal om Afrika heen, een riskante en dure reis. Colón wist het echter zeker: via de Atlantische Oceaan was het helemaal niet zo lastig om Oost-China te bereiken. Zoals we weten, bereikte hij Amerika. Wist hij veel.

Wat we niet altijd beseffen echter, was dat hij veel meer deed dan dat. Tweehonderd miljoen jaar geleden vormde het vasteland op aarde één aaneengesloten massa (het Pangaea). Geologische krachten braken dit gebied op en geleidelijk ontwikkelden zich op beide helften (Eurazië en Noord- en Zuid-Amerika) zeer verschillende flora’s en fauna’s. Colóns meest opmerkelijke prestatie was dat hij Pangaea weer aan elkaar breide. De historicus Alfred Crosby noemde het de Columbiaanse uitwisseling: duizenden soorten werden door de Europeanen naar nieuwe leefgebieden verscheept. De ecosystemen botsten op elkaar en raakten vermengd. En dat is de reden waarom Italië zonder tomaten nu ondenkbaar is (oorspronkelijk uit Midden-Amerika), chocolade een groot Zwitsers exportproduct is (gemaakt van cacao, herkomst: Mexico) en waarom wij aardappels als Hollandse kost beschouwen.

 

Hongersnood

 

Onze aardappel is afkomstig uit de Andes. In 1535 ontdekten de Spanjaarden dat de Indianen deze ronde dingen aten en volgden hun voorbeeld. Dertig jaar later werden er zo veel aardappels op de Canarische Eilanden verbouwd, dat die naar Frankrijk en Nederland geëxporteerd konden worden. Toch was men niet enthousiast. Het duurde tot eind 18e eeuw Antoine Augustin Parmentier zich in de strijd wierp (hé, had kookgoeroe Julia Child niet een recept dat Potage Parmentier heet?). Hij was, na een gevangenschap waar hij vrijwel uitsluitend op aardappels leefde, overtuigd dat dit voedsel een einde zou maken aan de hongersnoden. Zijn idee kwam precies op het goede moment: in Frankrijk brak de meeloorlog uit, omdat de broodprijs enorm steeg. Er waren meer dan driehonderd opstanden in 82 steden. Hij haalde koning Lodewijk XVI over om aardappelbloemen te dragen en hij zette zestien hectaren aan de rand van Parijs vol aardappels in het besef dat het hongerige volk daar uit stelen zou gaan. Met succes. Ook de econoom Adam Smith was gecharmeerd van de aardappel. Hij was onder de indruk van de Ieren, die amper iets anders aten en toch opmerkelijk gezond waren. Tegenwoordig weten we waarom: de aardappel is beter dan welk ander voedsel dan ook, voor wie slechts één soort voedsel eet. Ook al bestaat hij voor driekwart uit water en voor een kwart uit zetmeel, hij bevat alle noodzakelijke vitaminen, behalve A en D, maar daarvoor is melk een goede aanvulling.

Door de Columbiaanse uitwisseling kreeg Europa een uiterst voedzaam product binnen. Helaas kwam door diezelfde uitwisseling ook een schimmelachtig organisme mee: de aardappelziekte, met alle gevolgen van dien zoals de Grote Hongersnood in Ierland.

Maar ach, zoveel jaren later mag dat de pret niet drukken! Wij moeten ons bintje omarmen! Wij mogen ons heugen dat de aardappel, zo klein en zo voedzaam, ons zal behoeden voor welke ondergang dan ook, te beginnen met de huidige crisis. Zolang wij aardappels en melk hebben, zullen wij niet sterven aan scheurbuik, zullen wij geen honger lijden en besteden we nog maar een fractie van ons huishoudgeld aan eten. Wat wij níet weten, is dat onze aardappel vrij saai is. Wij hebben slechts een paar rassen uit Peru veredeld en zodoende eten we al generaties dezelfde aardappel (het Internationale Aardappelcentrum in Peru bewaart meer dan 3700 rassen). De Peruaanse boeren typeren die van ons als vrij smakeloos. Zout hoort daarom logischerwijze bij onze aardappel, zoals tomaten bij Italië. Eh, nee. Zoals chocolade bij…ook niet. Zoals…nou ja, de Columbiaanse uitwisseling hoort bij ons leven.

 

Sophie Fleur Verbiesen, www.sophiefleur.nl

 

Meer lezen over de Columbiaanse uitwisseling: 1493, Charles C. Mann.